Wijzigingen loonkostensubsidies

25 juni, 2017 – Rob Werts

Op 1 januari 2017 is de Wet tegemoetkomingen loondomein in werking getreden. Doel van deze wet is tweeledig:

  • Om werkgevers te stimuleren om uitkeringsgerechtigden en mensen die een arbeidsbeperking hebben aan te nemen. Hiertoe vormt de wet de bestaande mobiliteitsbonus voor deze groepen om tot loonkostenvoordelen (LKV);
  • het introduceren van een subsidie voor werkgevers als stimulans om werknemers met een relatief laag loon in dienst te nemen. Dit wordt het lage-inkomensvoordeel genoemd (LIV). Deze regeling blaast in zekere zin nieuw leven in de afdrachtvermindering lage lonen welke tot en met 2004 kon worden toegepast.

De loonkostenvoordelen (LKV)  zullen vanaf 2018 gaan gelden. Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is reeds op 1 januari 2017 in werking getreden.

2017: Lage-inkomensvoordeel (LIV)

De voorwaarden voor het toekennen van het LIV zijn de volgende:

  • Het voordeel bedraagt maximaal € 2.000 per werknemer per jaar op basis van een 38-urige werkweek.
  • Voor werknemers met een loon tussen 100 en 110% van het wettelijk minimumloon, die in één jaar ten minste 1.248 uur gewerkt hebben bij dezelfde werkgever.
  • Voor elke werknemer met een loon tussen 110 en 120% van het wettelijk minimum loon bedraagt het loonkostenvoordeel, onder dezelfde condities, maximaal € 1.000.
  • Toekenning is naar rato van aantal gewerkte uren in een jaar.
  • Voor het LIV geldt geen leeftijdsgrens. De voorwaarde is dat het loon hoger is dan 100% van het wettelijk minimumloon van een 23-jarige of ouder. Een werkgever komt wel in aanmerking voor een tegemoetkoming, indien een jongere een salaris verdient tussen 100 en 120% van het wettelijk minimumloon dat geldt voor 23-jarigen of ouder.

Voor de toekenning van het LIV hoeft u geen apart verzoek in te dienen. Het UWV beoordeelt het eventuele recht op het LIV aan de hand van de loonaangiften en keert het LIV op 1 mei van het eerstvolgende jaar uit. De eerste uitbetalingen van het LIV zullen dan ook op 1 mei 2018 gaan plaatsvinden.

2018: Loonkostenvoordelen (LKV)

Een werkgever komt in aanmerking voor het LKV als voldaan wordt aan één van de volgende voorwaarden:

  • De werknemer is minimaal 56 jaar oud bij indiensttreding; of
  • De werknemer is arbeidsbeperkt/-gehandicapt; of
  • De werknemer valt onder de doelgroep van de zogenaamde ‘banenafspraken’. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld mensen in de Wajong of met een WSW-indicatie.

Om aan te kunnen tonen dat een werknemer tot één van deze doelgroepen behoort, dient de werkgever een doelgroepverklaring te hebben (welke de werknemer in beginsel zelf dient aan te vragen bij het UWV). De werkgever kan ook bewijsstukken in het dossier opnemen waaruit blijkt dat de betreffende werknemer in het doelgroepregister staat.

De overige voorwaarden voor het toekennen van het LKV zijn de volgende:

  • Als de werknemer tot de doelgroep behoort, kan de werkgever vanaf de aanvang van de dienstbetrekking gedurende maximaal 3 jaar een verzoek tot tegemoetkoming indienen. Er is geen recht op loonkostenvoordeel als de betreffende werknemer in het voorafgaande half jaar ook al voor die werkgever heeft gewerkt.
  • Het voordeel voor een oudere werknemer of een arbeidsbeperkte/-gehandicapte werknemer bedraagt maximaal € 6.000 per jaar.
  • Voor de 'doelgroep banenafspraak' wordt het maximum € 2.000 op jaarbasis.
  • Anders dan bij het LIV is bij het LKV wél een apart verzoek nodig.
  • Het loonkostenvoordeel zal uitgekeerd worden naar rato van het aantal gewerkte uren in een jaar. Gelijk aan het LIV zal het LKV per 1 mei van het eerstvolgende jaar worden uitbetaald.

Belangrijk: het is in bijna alle gevallen niet  mogelijk om bij dezelfde medewerker voor het LIV én het LKV in aanmerking te komen.

Let op bij het Loonkostenvoordeel (LKV)!

Voor het aanvragen van de (oude) mobiliteitsbonus geldt dat deze met terugwerkende kracht kan worden aangevraagd. De maximale terugwerkende kracht is hierbij vijf jaar. Deze terugwerkende kracht zal voor de toekenning van het Loonkostenvoordeel (LKV) niet gelden. Dat betekent dus dat een werkgever die er te laat achter komt dat hij recht had op een loonkostenvoordeel, dit niet alsnog kan aanvragen.

Hierbij speelt als complicerende factor dat in november 2016 de Verzamelwet SZW 2017 is aangenomen. Hierin wordt geregeld dat de doelgroepverklaring enkel wordt verstrekt binnen drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking. En zonder doelgroepverklaring gaat het LKV verloren. Daarbij is het goed te constateren dat de werkgever in de eerste twee maanden van het dienstverband niet aan de werknemer mag vragen of er sprake is van een arbeidshandicap of functionele beperking. En dat terwijl de werkgever deze informatie wel nodig heeft voor het eventueel toepassen van het loonkostenvoordeel. Er is dus maar één maand de tijd om er achter te komen of er recht is op het LKV.

Het samenstel van regels betekent dat de werkgever zeer bedacht moet zijn op het eventuele recht op het LKV, en de haken en ogen die hier aan zitten. De werknemer is overigens wel verplicht om na twee maanden aan te geven of er sprake is van (een) arbeidsbeperking(en), maar alleen als de werkgever daar om vraagt. Het belang van de werkgever is hierbij groter dan enkel het onderzoek of er recht is op het LKV, maar zo kan ook bepaald worden of het UWV bij ziekte van de werknemer verplicht is om vijf jaar de ziekte van de werknemer te betalen (de zogenaamde no-riskpolis). Hierbij valt te denken aan besparingen van vele tienduizenden euro’s!

Tenslotte

De nieuwe Wet tegemoetkomingen loondomein, met daarin de Loonkostenvoordelen en het Lage-inkomensvoordeel, is ingewikkeld. De kans dat er te laat of niet op wordt geanticipeerd is groot.

Wij adviseren u als werkgever en ondernemer om de risico’s met betrekking tot loonkostensubsidies tot een minimum te beperken. Wij zijn u hierbij graag van dienst!


Terug naar overzicht