Lijfrentepremie aftrekbaar voor de zorgverzekeringswet?

09 april, 2018 – Erwin van Leeuwen

Lijfrentepremie aftrekbaar voor de zorgverzekeringswet?

Als ondernemer ontvangt u jaarlijks een aanslag met uw verschuldigde bijdrage voor de zorgverzekeringswet (ZvW). Veel ondernemers hebben verder een lijfrentepolis afgesloten omdat zij, in tegenstelling tot werknemers, geen pensioen kunnen opbouwen. Met een lijfrentepolis sparen zij voor later. De ingelegde premie is wettelijk gezien niet aftrekbaar bij het vaststellen van de grondslag voor de heffing van de bijdrage ZvW. Maar de advocaat-generaal, dat is de adviseur van onze hoogste rechtsinstantie, de Hoge Raad, denkt daar anders over. Het laatste woord is nu aan de Hoge Raad zelf. In deze blog neem ik u in het kort mee met deze problematiek.

De lijfrentepremie is wel aftrekbaar voor het vaststellen van de verschuldigde inkomstenbelasting van een ondernemer. Daarentegen is de lijfrente-uitkering in de toekomst belast voor de inkomstenbelasting. Op deze manier wordt voorkomen dat u belasting bent verschuldigd over uw eigen inleg. U bent op deze wijze slechts belasting verschuldigd over het rendement van de lijfrentepolis. Een heel logisch systeem dus.

Bij het vaststellen van de grondslag voor de ZvW heeft de wetgever echter besloten dat de lijfrentepremie niet aftrekbaar is van deze grondslag, maar dat een toekomstige uitkering wel belast is voor de ZvW. Het deel van uw inkomen dat u stort in een lijfrentepolis, is dus niet aftrekbaar voor de ZvW en het inkomen afkomstig uit deze polis is weer belast met ZvW. Dit noemen we dubbele heffing.

Het wordt nog vreemder wanneer we dit vergelijken met de situatie bij werknemers. Over het algemeen hebben zij geen lijfrentepolis omdat zij pensioen opbouwen. De pensioenpremie van de werknemer is wel aftrekbaar bij de vaststelling van de verschuldigde ZvW. De pensioenuitkering in de toekomst is belast voor de ZvW. Bij werknemers doet zich zodoende geen dubbele heffing voor ter zake van hun pensioen. Dit lijkt op discriminatie van ondernemers ten opzichte van werknemers.

Niet vreemd dus dat een ondernemer tegen deze ongelijkheid in verweer ging. Bij de rechter werden deze beide punten (dubbele heffing en discriminatie) naar voren gebracht. Zowel bij de rechtbank als bij het gerechtshof had deze ondernemer geen succes. De rechter was het ten dele met de aangehaalde argumenten eens, maar vond het niet op de weg van de rechter liggen om deze verschillen op te heffen. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de wetgever in Den Haag.

De advocaat-generaal (A-G) denkt hier echter anders over. Volgens hem is wel sprake van discriminatie door deze ongelijke behandeling van werknemers en ondernemers voor de ZvW. De door de staatssecretaris genoemde uitvoeringstechnische problemen om deze ongelijkheid op te heffen zijn in de ogen van de A-G te vaag en niet concreet. De A-G vindt het wel op de weg van de rechter liggen om deze discriminatie op te heffen. Het laatste woord is dus aan de Hoge Raad zelf.

Voor zover betaalde premies niet in aftrek zijn gebracht in de aangifte voor de Zorgverzekeringswet en de aanslag is nog niet opgelegd of er zijn minder dan 6 weken verstreken na het tijdstip van dagtekening van de opgelegde aanslag, kan een nieuwe aangifte worden gedaan, respectievelijk kan bezwaar worden gemaakt tegen de opgelegde aanslag. Ook in de aangiften die nog gedaan moeten worden, kan rekening worden gehouden met het standpunt van de A-G door de lijfrentepremie in mindering te brengen op de grondslag voor de heffing van de ZvW. Daarbij moet nog wel rekening gehouden worden met het feit dat de grondslag voor de ZvW gemaximeerd is op € 54.614,- (2018). Indien het inkomen fors hoger is dan deze maximale grondslag heeft het al of niet aftrekken van de lijfrentepremie geen enkel gevolg voor de verschuldigde ZvW. In de gevallen dat uw inkomen lager is dan dit maximum of wanneer sprake is van een beperkte overschrijding, kunt u uw voordeel doen met dit standpunt van de A-G. Of u dit voordeel ook definitief zult realiseren, hangt af van het standpunt van de Hoge Raad. Wij houden u op de hoogte.

Mocht u na het lezen van deze blog nog vragen hebben dan kunt u contact met ons opnemen.


Terug naar overzicht