Einde pensioen in eigen beheer, welke keuze maakt u??

26 juni, 2017 – Wilfred Kuijten

Inleiding

Mijn collega Gert Klaassen heeft in zijn blog van vorige maand al aandacht besteed aan de afschaffing van pensioen in eigen beheer. In zijn blog leest u welke keuzemogelijkheden u heeft.

In mijn blog ga ik u enkele vuistregels geven om de keuze wat makkelijker te maken. Het advies voor de keuze blijft altijd maatwerk en wij staan graag voor u klaar om de gevolgen van een keuze voor u te bekijken. Mijn doel is wel om u op weg te helpen bij een te maken keuze.

Wat we niet moeten vergeten is de positie van de (ex)partner. De (ex)partner moet akkoord gaan met de te maken keuze. Dat is ook logisch, aangezien zijn of haar rechten worden aangetast bij een keuze voor afstempeling.

Gevolgen van een keuze

Wat zijn nu de gevolgen van een bepaalde keuze? Per keuzemogelijkheid laat ik u zien wat de gevolgen zijn, zowel fiscaal als juridisch. Deze gevolgen kunt u vervolgens in gedachten houden als wij u een totaalbeeld aanreiken specifiek voor uw situatie. U kunt dan zelf bepalen welk gevolg voor u het zwaarste weegt en daarop uw keuze baseren.

Pensioenrechten handhaven

De keuze voor handhaven heeft de volgende gevolgen:

  • Dividend uitkeren wordt lastiger. Voor het uitkeren van dividend moet een uitkeringstoets worden opgesteld. Daarbij moet rekening gehouden worden met de pensioenvoorziening in eigen beheer. Deze voorziening is op dit moment erg hoog. Dit komt doordat gerekend moet worden met dezelfde rente waar pensioenverzekeraars mee moeten rekenen. Deze rente is op dit moment extreem laag (0,5%);
  • de pensioenrechten van de partner blijven in stand;
  • jaarlijks moet een actuariële berekening worden gemaakt van de pensioenvoorziening. Dit brengt kosten met zich mee;
  • de B.V. kan niet worden opgeheven zo lang het pensioen aanwezig is. Stoppen de activiteiten of wordt de werkmaatschappij verkocht dan moet de B.V. blijven bestaan tot het moment van overlijden van de pensioengerechtigde en de (ex)partner;
  • indien onvoldoende bezittingen in de B.V. aanwezig zijn om het pensioen te betalen dan moet pensioen uitgekeerd worden tot alle bezittingen zijn uitgekeerd. Vervolgens kan de B.V. worden opgeheven en valt de pensioenvoorziening onbelast vrij. Hiervoor moet wel goedkeuring worden gekregen van de belastinginspecteur;
  • tot aan pensioendatum wordt de voorziening verhoogd (met minimaal 4% per jaar). Dit is een last voor de B.V. en zorgt voor een lagere vennootschapsbelasting (jaarlijks) en een lagere aanmerkelijk belangheffing (op termijn);
  • de belaste uitkering van het pensioen na pensioendatum is hoger dan bij afstempeling en omzetting naar ODV (oudedagsvoorziening).

Afstempelen en omzetten naar ODV

De keuze voor afstempelen en omzetten naar ODV heeft de volgende gevolgen:

  • Dividend uitkeren wordt makkelijker. Er hoeft niet meer gerekend te worden met een lage rente. Bij de uitkeringstoets kan uitgegaan worden van het saldo ODV op de balans;
  • de pensioenrechten van de partner vervallen;
  • er is nog wel elk jaar een berekening nodig voor de bepaling van de stand van de ODV;
  • na de uitkeringsfase zou de B.V. opgeheven kunnen worden. Het ODV mag worden afgestort in een lijfrente of banksparen. Dan kan de B.V. eerder worden opgeheven;
  • het saldo ODV moet jaarlijks worden verhoogd met het u-rendement. Op dit moment is het u rendement erg laag (0,06%);
  • de belaste uitkering (na AOW-leeftijd) is lager dan bij handhaven van het pensioen. De pot wordt in 20 jaar volledig uitgekeerd.

Afstempelen en afkopen

  • Dividend uitkeren kent geen belemmeringen meer voor wat betreft de pensioenpot;
  • de pensioenrechten van de partner vervallen;
  • er zijn geen berekeningen meer nodig. Deze administratieve lasten vervallen;
  • bij afkopen in 2017 geldt een korting van 34,5% op het belastbaar bedrag. In 2018 bedraagt de korting nog 25%. In 2019 wordt deze verder afgebouwd naar 19,5%;
  • liquide middelen moeten wel aanwezig zijn om de loonbelasting te kunnen betalen;
  • het uiteindelijk te betalen belastingtarief is afhankelijk van uw andere inkomsten in het jaar van afkoop;
  • de B.V. kan worden opgeheven wanneer het u het beste uitkomt;
  • over de netto-uitkering gaat u jaarlijks mogelijk belasting betalen over uw vermogen in box drie.

Vuistregels

Hierbij geef ik u enkele vuistregels om de keuze in bepaalde gevallen te vereenvoudigen.

Kleine pensioenen
Bij kleine pensioenvoorzieningen in eigen beheer is het meestal verstandig om deze af te kopen. Een eventueel fiscaal voordeel bij handhaven van het pensioen weegt niet op tegen de extra administratieve lasten. Er moet wel voldoende geld aanwezig zijn om de loonheffing te kunnen betalen.

Tekort in de B.V.
Als de B.V. de uitkeringen in de toekomst niet kan betalen dan is het in de meeste gevallen verstandig om het pensioen te handhaven. Na afstemming met de belastinginspecteur valt het restant van de pensioenvoorziening onbelast vrij.

Dividenduitkering
Als u extra dividendruimte nodig hebt dan is het soms verstandig om af te stempelen en vervolgens om te zetten in ODV of af te kopen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als u afspraken met de belastingdienst hebt gemaakt voor het terugbetalen van uw rekening-courant schuld aan de B.V. Door extra dividenduitkeringen kunt u meer aflossen op deze rekening-courant.

Laag inkomen na AOW-leeftijd
In de inkomstenbelasting betaalt u premie voor AOW. Dat is een onderdeel van de heffing en bedraagt ongeveer 17,5%. Als u de AOW-leeftijd hebt bereikt dan betaalt u over de eerste € 34.000 geen AOW-premie meer. U betaalt dan een tarief van 22% tot 25%. Indien u na de AOW-leeftijd een jaarlijks inkomen onder de € 34.000 verwacht (inclusief het pensioen in eigen beheer) dan is het wellicht verstandig om het pensioen te handhaven. U heeft nu een aftrekpost van 40% en dit is later belast tegen de lagere tarieven zonder AOW-premie. Let op: dit is gebaseerd op de huidige wetgeving. Het is mogelijk dat in de toekomst de wetgeving wordt aangepast waardoor deze situatie anders wordt.

Te weinig liquide middelen voor afkoop
De optie voor afkoop kan al snel afvallen als niet voldoende geld beschikbaar is. Het moet mogelijk zijn om in ieder geval de verschuldigde loonheffing te betalen.

Aandelen niet in het bezit van pensioengerechtigde
Als de aandelen (deels) niet in handen zijn van de pensioengerechtigde dan moet u oppassen. Er kan in die gevallen sprake zijn van een schenking die wordt belast met schenkingsrecht. In bepaalde gevallen is dit op te lossen. U kunt contact met ons op nemen om te kijken wat de mogelijkheden zijn.

Wij zijn graag bereid uw specifieke situatie te beoordelen en uw vragen te beantwoorden.


Terug naar overzicht