Belastingplan 2018 en regeerakkoord

03 april, 2018 – Rolf Schoonbeek

Belastingplan 2018 en regeerakkoord

Eind oktober is het nieuwe kabinet-Rutte III beëdigd. Vlak daarvoor, namelijk op 10 oktober 2017 is er een regeerakkoord gepubliceerd met vele fiscale maatregelen, waarvan de meeste in 2019 van kracht gaan worden. Donderdag 23 november  is de Tweede Kamer akkoord gegaan met het Belastingplan 2018 welke op Prinsjesdag is gepresenteerd door het toenmalige kabinet Rutte II.  Wat betekenen de wijzigingen voor ondernemers op korte en langere termijn. Van Braak Accountants zet de belangrijkste voorstellen voor u op een rijtje.

Vennootschapsbelasting

Verlenging eerste tariefschijf of verlaging tarieven?

Vanuit het Belastingplan 2017 was reeds besloten de eerste tariefschijf van 20% te verlengen van € 200.000 naar € 250.000 per 1 januari 2018. Dan kan het als ondernemer dus lonen om bijvoorbeeld kosten naar voren te halen. Het nieuwe kabinet heeft echter dit punt opgenomen in de nota van wijziging waarin de maatregel wordt terug gedraaid. De eerste schijf van € 200.000 blijft van kracht in 2018. Het nieuwe kabinet wil in 2019 het tarief gaan verlagen naar 19% , 17,5% in 2020 en 16% in 2021. Ook de tweede schijf zal uiteindelijk worden verlaagd. Dit alles is nog niet defintief besloten. Wel wil het kabinet alvast voorsorteren en zodoende de eerste schijf intact laten. Bedrijven met belastbare winsten boven de € 200.000 zullen in 2018 worden benadeeld door het voorstel om niet de eerste schijf te verlengen. Echter zal door de voorgenomen verlaging van de tarieven in de vennootschapsbelasting op langere termijn belastingen worden bespaard.

Verliesverrekening carry back/carry forward

Nu mag een onderneming een verlies verrekenen met de winst van het vorig boekjaar (een zogenoemde carry back) of negen jaar vooruit (carry forward). Het nieuwe regeerakkoord van Rutte III wil de carry forward voor de vennootschapsbelasting inperken tot zes jaar. Dit betekent dat verliezen eerder kunnen verdampen. Deze maatregel zou alleen moeten gelden voor de vennootschapsbelasting, inhoudende dat de verliesverrekening in de inkomstenbelasting ongewijzigd blijft. Wanneer maatregel in zou moeten gaan is onduidelijk, want een datum is niet expliciet genoemd.

Energie investeringsaftrek (EIA)

Per 1 januari 2018 wordt het percentage verlaagd naar 54,5%. Dit betreft een daling van 0,5%. De maatregel is bedoeld ter dekking van een stimuleringsmaatregel om het voor innovatieve startende ondernemingen makkelijker te maken om aandelenoptierechten uit te geven aan werknemers.

Giftenaftrek

De giften aan algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) en steunstichtingen SBBI mogen van de winst worden afgetrokken. Per jaar bedraagt de aftrek voor B.V.’s ten hoogste 50% van de winst, met een maximum van € 100.000. Giften aan een culturele ANBI’s mogen worden verhoogd met een extra aftrek van 50% tot maximaal € 2.500. Deze regeling is ingevoerd per 1 januari 2012 en zou lopen tot eind van dit jaar. Er ligt een voorstel om de regeling met een jaar te verlengen tot 1 januari 2019.

Omzetbelasting

Verhoging lage tarief BTW

In het regeerakkoord is opgenomen dat het verlaagd BTW tarief van 6% wordt opgehoogd naar 9% met ingang van 2019. In de lage tariefschijf van de omzetbelasting vallen onder andere eten en drinken, kunstvoorwerpen, boeken, bloemen, planten, reparatiewerkzaamheden aan fietsen, kleding en schoenen, gelegenheid geven tot sportbeoefening , hotelovernachtingen en verhuren van kampeerplaatsen, verlenen van toegang tot attractieparken, bioscopen, musea, muziek en theater, etc. De verhoging van het lage BTW-tarief is nodig ter compensatie van de voorgenomen vernieuwde Box I tarieven (zie hiervoor de sectie Inkomstenbelasting).

Landbouwregeling

De landbouwregeling wordt zoals al in eerdere belastingplannen is aangekondigd per 1 januari 2018 daadwerkelijk afgeschaft. Deze regeling zorgt ervoor dat de landbouwers buiten de heffing van de BTW blijven. Er behoeft niets te worden afgedragen, maar ook vooraftrek claimen over de gemaakte kosten en investeringen is niet mogelijk. Deze regeling, alsmede het tarief voor een aantal goederen en diensten die aan veehouders, land-, tuin- en bosbouwers worden geleverd of verricht, komen te vervallen. Deze groep gaat in het reguliere BTW-stelsel vallen. Zij krijgen nu dus wel recht op vooraftrek wanneer er sprake is van belaste prestaties.

Er is wel sprake van overgangsrecht. De BTW op voor 1 januari 2018 gebruik genomen investeringsgoederen moet worden herzien. Dit leidt tot een teruggave van een deel van de BTW die voor 1 januari 2018 niet in aftrek is gebracht. Normaliter wordt de herziening over een aantal jaren gespreid, echter zal in het overgangsrecht herziening ineens plaatsvinden. Investeringen die zijn aangeschaft, maar nog niet in gebruik zijn genomen voor 1 januari 2018, kunnen worden afgetrokken voor het gehele BTW bedrag in het eerste aangiftetijdvak van 2018.

Hoofdelijke aansprakelijkheid

Er komt een nieuwe bepaling voor pandhouders, hypotheekhouders of executanten. Als zij zich straks bij een levering van een verpande of met zekerheid verstrekt zaak  of een zaak waarop beslag is gelegd zich verhalen op de BTW, dan zijn zij straks ook hoofdelijk aansprakelijk. Daarvoor wordt een nieuwe aansprakelijkheidsbepaling ingevoerd in de Invorderingswet 1990. Deze is bedoeld voor situaties de bestaande verplichte BTW-verleggingsregeling geen toepassing kan vinden, zoals bijvoorbeeld bij verkoop van winkelvoorraden aan particulieren.

Inkomstenbelasting

Heffingskortingen

De overheid wil de koopkracht van de Nederlandse huishoudens verbeteren. Dit zou moeten gelden voor elke groep in 2018. Hierbij de wijzigingen:

Tarieven

Hierbij de tariefswijzigingen:

Geboren op en na 1 januari 1946:

schijf van 2018 tot 2018 van 2017 tot 2017 Tarief < AOW Tarief < AOW Tarief > AOW Tarief > AOW
          2018 2017 2018 2017
1 € - € 20.142 - € 19.982 36,55% 36,55% 18,65% 18,65%
2 € 20.142 € 33.994 € 19.982 € 33.791 40,85% 40,80% 22,95% 22,90%
3 € 33.994 € 68.507 € 33.791 € 67.072 40,85% 40,80% 40,85% 40,80%
4 € 68.507 en hoger € 67.072 en hoger 51,95% 52,00% 51,95% 52,00%

 

Geboren voor 1 januari 1946:

schijf van 2018 tot 2018 van 2017 tot 2017 Tarief < AOW Tarief < AOW Tarief > AOW Tarief > AOW
          2018 2017 2018 2017
1 € - € 20.142 - € 19.982 36,55% 36,55% 18,65% 18,65%
2 € 20.142 € 33.994 € 19.982 € 34.130 40,85% 40,80% 22,95% 22,90%
3 € 33.994 € 68.507 € 34.130 € 67.072 40,85% 40,80% 40,85% 40,80%
4 € 68.507 en hoger € 67.072 en hoger 51,95% 52,00% 51,95% 52,00%

 

Heffingskortingen

Algemene heffingskorting: maximaal € 2.265 voor belastingplichtigen onder de AOW leeftijd. Boven AOW leeftijd is dit maximaal € 1.157. Het afbouwpercentage is in 2018 4,683%, de heffingskorting neemt geleidelijk af tot nihil.

Arbeidskorting: dit is in 2018 maximaal € 3.249. Dit is een inkomensafhankelijke heffingskorting waarbij een afbouwpercentage wordt gehanteerd van 3,6%.

Ouderenkorting: maximaal € 1.418 voor pensionado’s met een inkomen tot € 36.363. Daarboven is de korting maximaal € 72.

Alleenstaande ouderenkorting: maximaal € 423.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting: dit is in 2018 gemaximeerd op € 2.801.

Na 2018 vernieuwde box I tarieven?

Gezien de tarieven voor 2018 is Box I nog verdeeld in 4 schijven waarbij het toptarief voor 2018 nog 51,95% is voor inkomen uit werk en woning boven de € 68.507. Men wil in de toekomst terug naar 2 schijven, namelijk een lage tariefschijf van 36,93% voor inkomens tot € 68.600. Voor de hoge inkomens boven de € 68.600 zal een tweede tariefschijf van 49,5% van toepassing zijn.

Overige boxen

Het box II tarief wat nu nog 25% is voor inkomens uit aanmerkelijk belang zal gefaseerd worden verhoogd naar 27,3% in 2020 en 28,5% in 2021.

Inkomens uit box III zal straks worden belast tegen actuele rendementen. Nu vindt nog heffing plaats voor het spaargedeelte gebaseerd op een gemiddelde spaarrente van 5 jaar. Straks zal het spaargedeelte worden gebaseerd op een gemiddelde spaarrente van een jaar geleden. Daarbij zal de vrijstelling worden verhoogd van € 25.000 naar € 30.000 per belastingplichtige. Voor fiscale partners is dat gezamenlijk   € 60.000.

 

 

 


Terug naar overzicht